Home Uncategorized Het einde van het kolven
Laatste keer kolven

Het einde van het kolven

bij Mildred

Vandaag is het precies een jaar geleden dat ik mijn baby voor het eerst een hele dag niet zag. Het is precies een jaar geleden dat ik een mail rondstuurde naar collega’s met uitleg over hoe en wat kolven is. Vandaag is de laatste dag dat ik zal kolven op mijn werk, en het maakt me verdrietig.

Te weinig

Ik ben aan het kolven en ik kan de melk wel in de flesjes kijken. Maar helaas, geen van de tips om goed te kolven helpen meer op dit punt. Ik moet me erbij neerleggen dat mijn inmiddels 16 maanden oude zoontje overdag amper meer drinkt als ik thuis ben. Geen wonder dat mijn productie bij het kolven ook minimaal is.

Met moeite krijg ik 50 milliliter gekolfd. Het is niet erg, vertel ik mezelf. Hij drinkt nog maar één fles per dag, en dat is voor zijn middagslaap. En met wat water erbij is het toch een redelijke fles. Het is de derde dag op rij dat ik amper wat kolf. Het wordt tijd om ermee te stoppen.

Als ik weer op mijn plek zit, besef ik me dat ik vandaag een jaar geleden aan het werk ben gegaan. Eerst lukte het kolven niet, en de eerste week was ik bang dat ik nooit genoeg zou hebben. Maar na een weekje begon het goed te gaan, en kolfde ik altijd genoeg – en een beetje extra – voor de dag erna.

De negen maanden gingen voorbij, en mijn recht om te kolven verviel. Maar niemand knipperde met zijn ogen toen ik besloot mijn pauze te gaan gebruiken om te kolven.

Kolven op een crime scene

Het kolven werd steeds normaler. Niet alleen voor mij, maar ook voor al mijn mannelijke collega’s. Ik legde een groot vest op kantoor om de kolf onder te verstoppen en er kwamen momenten dat ik aan mijn bureau at en kolfde terwijl ik doorwerkte. Als er iemand binnen kwam om een vraag te stellen, knipperden mijn collega’s niet met de ogen als ze het ritmische geluid van de kolf hoorden.

Ik kolfde in de vergaderkamer als er geen afspraken gepland waren. Een enkele keer ging het plannen mis, en probeerde er een collega binnen te lopen met zijn afspraak. Ik kolfde terwijl ik films en series keek op Netflix, of las een boek dat ik mee nam. Het was de enige plek waar ik langer dan 5 minuten een boek kon lezen zonder gestoord te worden door twee kinderen.

Ik liep weg uit besprekingen om te gaan kolven. Ik ging bij klanten langs, en stuurde vooraf een mailtje of er een kolfruimte was. Zo niet? Dan mochten ze altijd bij ons langs komen. We hadden ons bedrijfsuitje, en veertien man zat bij de receptie van een Escape Room te wachten terwijl ik op een crime scene tussen de bloedspatten zat te kolven.

Een voorrecht

Ik had het niet verwacht, maar toch vind ik het moeilijk om te stoppen. Het kolven op kantoor voelde altijd als een voorrecht. Niet altijd leuk, maar wel altijd een voorrecht. Het is bijzonder dat ik zomaar de mogelijkheid heb om mijn kind te voeden met eigen melk. Door te kolven voel ik me verbonden met mijn zoontje, blij dat ik voor hem kon zorgen als ik weg was.

En dus kolfde ik. Ik kolfde altijd voor de dag erna en we hadden niks in de vriezer, zodat de melk zo vers mogelijk was en het beste aansloot op wat hij nodig had. Soms betekende dat dat ik thuis nog een keer moest kolven om de volgende dag genoeg te hebben, maar er was nooit te weinig.

Ik weet ook niet waar ik het geluk aan te danken heb dat ik altijd en overal mocht kolven op kantoor. Er was geen kolfruimte ingericht, maar mijn baas zorgde er wel voor dat er altijd plek was om te kolven. En ondanks dat er soms met de ogen werd gerold als ik weer wegsloop om een kwartiertje te kolven, kreeg ik er nooit commentaar op.

Toen de negen maanden voorbij waren, zei niemand ‘moet je niet stoppen?’ In plaats daarvan kolfde ik terwijl ik doorwerkte, of hield ik mijn pauzes terwijl ik kolfde. Ik voedde mijn kind, en dat was dat.

Voorbij

En nu is het voorbij. Als ik ’s avonds thuiskom, veegt mijn man de hoek van het aanrecht schoon dat vol staat met flesjes, kolfapparatuur en kokosolie, en stopt het in een tas. ‘Zo’, is zijn tevreden reactie. ‘Dat geeft een hoop ruimte!’ Ik slik. Dat is rigoureus.

Mijn zoontje wordt onvermijdelijk groter, en ik kan er niks aan doen. Hij groeit steeds verder bij me vandaan. En ondanks dat zijn zelfstandigheid en zelfredzaamheid een goed teken zijn, doet het me pijn. Hoe lang zal hij nog naar me toe rennen als ik thuiskom en aan mijn shirt trekken? Hoe lang zullen we de dag afsluiten met een momentje van ons samen, waar niemand tussen kan komen?

Ik weet dat er nieuwe momenten komen die dit gevoel weer ruimschoots wegnemen, want met mijn dochtertje van bijna vier heb ik weer nieuwe momenten samen, nieuwe dingen waar ik me over verwonder. Maar toch.

Jurkjes en shirts

Mijn kledingkast ligt opeens weer vol met mogelijkheden die ik al een jaar niet heb gehad. En vrouw als ik ben, ben ik blij dat ik eindelijk weer dat ene leuke jurkje aan kan dat ik vlak voor de zwangerschap heb gekocht. En ergens ben ik ook opgelucht dat ik bij het volgende bedrijfsuitje niet de hele groep twee keer moeten laten wachten terwijl ik op een vreemd kantoor aan de kolf gekluisterd zit.

Ik hoef niet meer een logeertas mee te slepen als ik op klantbezoek ga, en zal niet meer angstvallig mijn besprekingen plannen om de kolftijden heen. De altijd aanwezige angst niet genoeg te kolven valt weg. Het voelt als herwonnen vrijheid om te stoppen met kolven.

En toch…

Waarom groeien ze toch zo snel…?

Dit vind je misschien ook interessant

Laat een reactie achter