Home Baby Slaap Hoe een peuter slaapt tussen 2 en 4 jaar
peuter wakker angst niet doorslapen

Hoe een peuter slaapt tussen 2 en 4 jaar

bij Mildred

Dat een baby lastig slaapt: prima. Maar dat een dreumes of peuter nog beroerd slaapt… dat is toch niet zo? En áls dat al zo is, dan is het vast de fout van de ouders. Of niet? Wat kan je verwachten tussen het tweede en vierde jaar op het gebied van slaap? Hoe kan je in vredesnaam je kindje helpen?

Help, mijn peuter slaapt voor geen meter!

Slapen is niet iets dat zich lineair ontwikkelt. Dat heb je waarschijnlijk al wel gemerkt in de afgelopen twee jaren. (Baby *klik*, dreumes *klik*).

De kans is groot dat je je vastklampte aan ‘morgen’ of ‘volgende maand’, maar hier ben je, met je peuter wakker in de nachten.

Ik ga in dit artikel in vogelvlucht door wat je mag verwachten, wat stoorzenders zijn en hoe je je kindje kan helpen.

Doorslapen, of nog niet?

Slapen is iets dat een kindje met horten en stoten leert. Gedurende de eerste jaren gaat de manier van slapen steeds meer lijken op hoe wij als volwassenen slapen. Tegen het derde jaar is het slaappatroon van een kindje bijna hetzelfde als hoe wij slapen.

Concreet: evenveel REM en Non-REM slaap, een lange slaapcyclus van zo’n 70-110 minuten en ze kunnen de nacht door zonder voedingen.

Dat betekent dat een kindje fysiek vaak in staat is om ‘door te slapen ‘ zoals wij dat doen: het aan elkaar plakken van verschillende slaapcyclussen. Als je niet precies weet hoe dat werkt en dat wel graag wil begrijpen, raad ik je aan de gratis minicursus Doorslapen te doen.

Fysieke oorzaken waarom doorslapen niet lukt

Ondanks dat een kindje ongeveer hetzelfde als wij slaapt, zijn er nog steeds veel redenen waarom doorslapen niet goed lukt. Allereerst komen de laatste kiezen door tussen het tweede en derde jaar -en die kunnen belachelijk veel pijn doen. Zeker liggend zorgt dat voor problemen.

Verder kunnen ze soms last hebben van groeispurts, buikpijn en sluimerende verkoudheden en oorontstekingen.

Tot zover nog wel logisch toch? Iedereen slaapt wel eens slechter als we pijn ervaren. Maar er is meer.

Teveel slaap

Wat je ook vaak ziet, is dat we van peuters nog wel een middagslaapje verwachten… én een goede twaalf uur op een nacht. Maar voor peuters is alles aan slaap tussen de 10 en 14 uur per etmaal prima.

Dat betekent dat je kindje dat om 20:00 in bed ligt, om 07:00 zijn hele slaapbehoefte al kan hebben vervuld – hij heeft dan al 11 uur geslapen. Slapen wordt inderdaad een strijd als je je kindje in bed legt, terwijl hij totaal niet wil slapen of (nog) niet moe genoeg is.

Dus vermoed je dat je kindje simpelweg niet hoeft te slapen? Kijk dan eens hoe je de slaap wat meer kan verdelen, zodat je gedurende de dag een rustmomentje in kan bouwen zonder strijd.

Mentale oorzaken

Verlatingsangst

Ik noemde al even fysieke oorzaken waarom slapen niet goed lukt. Vanaf het tweede jaar worden die steeds minder, en gaan mentale dingen meespelen. Natuurlijk ken je de verlatingsangst.

Met 18 maanden vindt een ontwikkeling plaats die bekend staat als ‘Theory of Mind’. In het kort: een dreumes leert beseffen dat iemand andere wensen en voorkeuren heeft dan hij. Dit is belangrijk, want het is gekoppeld aan empathie en het inlevingsvermogen.

Hoewel dit pas echt gaat ontwikkelen tussen de drie en vijf jaar, oefent je kindje hier flink mee. Het kan verlatingsangst aanwakkeren. Dit blijft dus belangrijk.

Angst voor het donker

Kindjes beginnen ook angst te krijgen voor het donker. Dit is echt héél normaal. Biologisch gezien hebben we iemand dichtbij ons nodig om te overleven. Voor een kindje is dit helemaal belangrijk, want hij is weerloos.

Wij weten wel dat we in een veilig huis wonen, maar onze kinderen niet. Toch hebben we er vaak weinig begrip voor. Toch heeft het geen zin om het te ontkennen: de angst is er en wordt niet minder door hem weg te wuiven. Door de angst weg te wuiven, leer je een kindje zijn eigen intuïtie niet te vertrouwen.

Je kan er wel wat aan doen. Het blijkt uit een interessante studie onder maar liefst 900 peuters, dat de kindjes die samen mochten slapen met hun moeder, in latere jaren minder nachtmerries en nachtangsten hadden (Simard et al 2008). Dus hoewel het misschien voelt alsof je nu ‘toegeeft’, kan je gewoon meeveren met de vraag die je kindje indirect stelt: mag ik nog bij jou, mama.

Je kan je kindje pushen tegen zijn instinct in te gaan, hem te dwingen alleen te leren slapen…. en dan heb je na een paar jaar een grotere kans op problemen ’s nachts. Kindjes hebben een bepaald instinct. Ze zoeken ons om hun eigen overleven te verzekeren.

Door daarin te voorzien, creëer je een basis van veiligheid waar je kindje jaren lang – zijn hele leven lang – profijt van heeft. Dus als je kindje het uitkrijst, als hij bang is, als hij zich onveilig voelt: biedt die veiligheid maar.

Je bouwt aan een prachtige basis waardoor je kindje op termijn juist beter slaapt en minder angsten kent voor het donker. Ik ga hier dieper op in in dit filmpje op Youtube.

Angst voor het donker brengt ons ook op de volgende boosdoener: nachtmerries

Nachtmerries bij peuters

Nachtmerries vinden in het tweede deel van de nacht plaats, tijdens de REM-slaap. Die zit vol met dromen en leren. Een kindje wordt wakker uit een nachtmerrie en kan vaak nog goed vertellen wat hij heeft gedroomd.

Nachtmerries blijken gelinkt te zijn aan het ervaren van angsten, het meemaken van iets spannends/traumatisch of het kijken van beangstigende televisieprogramma’s/spelletjes.

Na een nachtmerrie heeft een kindje de hulp van de ouders nodig om weer rustig te worden. Hij is angstig, deels omdat hij niet weet dat zijn droom een droom was – voor hem is het net zo reëel als dat jij hem vasthoudt.

Hoe jonger een kindje is, hoe moeilijker het is om de angst weg te nemen ’s nachts, omdat hij nog niet de woorden heeft om goed uit te leggen wat hij heeft gedroomd.

Het kan helpen om te kijken wat een mogelijke oorzaak kan zijn van nachtmerries, en deze aan te pakken. Zo kan je je kindje helpen om in het tweede deel van de nacht weer rustiger te slapen.

Merk je dat je kindje juist gillend wakker wordt in het eerste deel van de nacht? Dan heb je waarschijnlijk niet te maken met nachtmerries, maar nachtterrors.

Nachtterrors: een gillend wakker wordende peuter in het begin van de nacht

Nachtterrors vinden plaats in het eerste deel van de nacht, waar heel diep wordt geslapen. Je ziet dit vaak pas ontstaan bij kinderen vanaf ongeveer een jaar of drie, maar het kan zeker ook eerder. Een kindje wordt niet wakker en kan volledig in paniek zijn. Dit duurt ergens tussen de 3 tot 20 minuten.

Na een tijdje valt het kindje weer in slaap. Wat je als ouder ook doet, niks helpt. Je krijgt je kind ook niet wakker.

Het kan beangstigend zijn voor jou als ouder, want een kindje kan helemaal wakker lijken, maar kijkt dwars door je heen en is in blinde paniek. In werkelijkheid zijn ze niet wakker en lijkt het eerder op bijvoorbeeld slaapwandelen.

Omdat je kindje niet wakker is, zal hij zich ook niet bewust zijn van jouw aanwezigheid en dus ook niet van je pogingen om hem gerust te stellen. De volgende dag zal je kleintje het zich echter niet meer herinneren. (Moreno 2015 en Moore et al 2006).

Ondanks dat er weinig over gepraat wordt, blijkt uit onderzoek dat maar liefst 35-37 procent van de peuters hier last van hebben (Nguyen et al 2008; Petit et al 2015).

De reden waarom kinderen een nachtterror krijgen is niet duidelijk. Er zijn verschillende onderzoeken naar gedaan, maar ze maar ze noemen allemaal verschillende redenen. Het ene onderzoek zegt bijvoorbeeld dat het komt doordat een kindje oververmoeid is, andere onderzoeken spreken dat tegen.

Het enige dat zeker lijkt, is dat het een genetisch component bevat. Als dit probleem bij één van de ouders voorkwam, zie je het vaak ook terug bij een kindje.

Het fijne is: alle kinderen groeien er overheen.

Een goed omega-3 supplement kan ook helpen om de intensiteit van de nachtmerries en nachtterrors te verminderen.

Autonomie: ‘zelluf doen’

Oké, stel dat je tot nog toe dit artikel hebt gelezen en nog steeds niet snapt waarom het dan zo’n strijd moet zijn, dan is dit stukje voor jou en je peuter.

Stel je eens voor dat je een groeiend besef hebt dat je dingen zelf kan doen… en dat vervolgens toch niet kan of mag. Dat kan verschrikkelijk zijn.

Je kan niet spelen wanneer je wil en met wie je wil, je kan niet eten wanneer je wil, je wordt constant rondgesleept en tot overmaat van ramp moet je hapjes proeven, luisteren, afblijven, stilzitten, niet rennen, en slápen. Bah, slapen.

In het begin noemde ik het al: we verwachten onrealistisch veel slaap van jonge kindjes. Zit je toch goed qua slaapuren en denk je: ‘hij is wel echt moe, hij moet neer!’, kijk dan eens hoe je je kindje daarin meer vrijheid kan geven. Eén van de beste manieren om je kindje meer vrijheid te bieden is een vloerbed. Daar ga ik dieper op in dit artikel.

Daarnaast zijn er een aantal dingen waar een kindje onder aan de streep altijd de controle over heeft: eten, slapen en ontlasting. Dit zijn drie gebieden waar je strijd eigenlijk wil vermijden. Eten kunnen ze weer uitspugen, tot overgeven aan toe. Slapen kunnen ze weigeren tot ze neervallen van vermoeidheid. Ontlasting kunnen ze ophouden tot ze eindigen in het ziekenhuis – of juist altijd laten lopen wanneer het jou niet uitkomt.

Je wil dus vermijden dat je in een machtsstrijd terecht komt. De beste manier om dat te vermijden, is door je eigenwijze peuter controle te geven op andere gebieden. Niet de lullige ‘wil je een blauwe of een grijze broek aan’. Maar significante dingen die passen bij zijn leeftijd.

Een kind is een mens, hoe klein ook. Weliswaar met een nog niet goed ontwikkeld bovenste hersendeel, maar daarom niet minder waard. Probeer je kindje daarom met dezelfde respect te behandelen als jij behandeld wil worden en geeft controle waar je kan.

Zijn er punten waarop dat niet kan, probeer het dan in ieder geval inzichtelijk te maken door middel van een planbord of een overzicht van activiteiten, zodat het wat grijpbaarder wordt.

Broertje of zusje

Een broertje of zusje krijgen mag niet ontbreken in dit rijtje. Het is nogal wat, als je opeens een broertje of zusje krijgt. De hele periode ben je de enige in huis geweest en opeens ben je groot. Of beter gezegd: moet je groot zijn.

De impact op een kindje als er een broertje of zusje komt is enorm. Er zijn niet voor niks boeken geschreven over hoe je een ouder kindje kan helpen met die transitie. Een makkelijke manier om je kindje te helpen met deze overgang, is door hem erbij te houden in plaats van weg te duwen.

Vaak zie je dat een peuter wordt geacht op zijn eigen kamer te slapen, terwijl de baby bij de ouders mag slapen. Het kan enorm helpen als er iemand bij je peuter gaat slapen, of dat je peuter erbij mag komen in een familiebed.

Zo voelt je peuter zich niet buitengesloten of alleen tijdens de nachten. Het kan helpen als de partner naast de peuter gaat slapen en de moeder zich kan bekommeren om de baby. Het is verstandig om hier al mee te gaan beginnen in de zwangerschap, zodat de overgang niet zo groot is.

Conclusie

Het slapen van je peuter is niet minder uitdagend dan dat van een baby. Kindjes kunnen nog niet goed praten, en als ze dat al kunnen, dan nog is het lastig woorden te vinden als ze bang en in paniek zijn. Zelfs wij als volwassenen zijn soms sprakeloos als we overspoeld worden door emoties. Voor een kindje dat oefent met woorden en emoties, is dat nog veel meer van toepassing. Huilbuien, driftbuien, strijd en angst zijn normaal rond deze tijd.

Hoe spannender en oncontroleerbaarder de dagen zijn voor je peuter, hoe lastiger de nachten zijn. Als ze te weinig kunnen bewegen, heeft dat ook invloed op of ze kunnen slapen.

Probeer eens te bedenken wat je kan aanpassen om de nachten wat eenvoudiger of gemakkelijker te maken voor jullie als gezin. Je peuter in slaap laten huilen of hem in zijn ledikantje opsluiten, zorgt niet voor een betere relatie met zijn bed, het slapen en zijn slaapkamer.

Je hebt niks fout gedaan als je kindje rond deze leeftijd nog je hulp en liefde nodig heeft. Je hebt geen fout gemaakt als je kindje nu nog nachtvoedingen nodig heeft. Echt niet.

Je kan gewoon op je peuter blijven reageren ’s nachts. Je bouwt aan een relatie met je kindje voor de lange termijn, en dat doe je dag én nacht.

Mocht je vragen hebben of hulp kunnen gebruiken rondom het slapen van je peuter, neem dan gerust contact op, of kijk eens of de cursus Slaap Vanuit Verbinding je kan helpen. Daarin vind je veel informatie om de nachten te verbeteren, ook (of juist!) als je een peuter hebt die niet slaapt zoals je hoopt.

Dit vind je misschien ook interessant

Laat een reactie achter